Over zintuiglijke prikkels, onder- en overprikkeling en het vinden van balans
We leven in een wereld vol prikkels. Geluiden, beelden, informatie, verwachtingen en sociale contacten volgen elkaar in hoog tempo op. Ons lichaam en brein zijn voortdurend bezig deze informatie te verwerken. Dat gaat vaak goed, maar steeds meer mensen ervaren klachten die te maken hebben met een ontregeld prikkelverwerkingssysteem.
In onze praktijk zien we zowel overprikkeling als onderprikkeling terug — twee uitersten van hetzelfde systeem.
Wat zijn (zintuiglijke) prikkels?
Prikkels zijn alle signalen die ons bereiken, van buitenaf én van binnenuit:
- Zintuiglijk: geluid, licht, aanraking, geur, smaak
- Cognitief: gedachten, informatie, plannen
- Emotioneel: gevoelens, stemmingen, emoties van anderen
- Sociaal: gesprekken, verwachtingen, sociale rollen
Prikkels worden via zenuwstelsel doorgegeven aan de hersenen, waar ze razendsnel worden beoordeeld:
Is dit veilig? Relevant? Moet ik reageren?
Bij voldoende afwisseling tussen activiteit en rust kan het systeem herstellen. Maar wanneer prikkels te intens, te langdurig of juist te schaars zijn, raakt het zenuwstelsel uit balans. Dat kan zich lichamelijk, emotioneel en mentaal uiten.
Overprikkeling: wanneer het te veel wordt
Bij overprikkeling krijgt het brein meer prikkels te verwerken dan het aankan. Het stresssysteem blijft actief en het lichaam staat voortdurend “aan”.
Veelvoorkomende signalen zijn:
- Vermoeidheid en uitputting
- Prikkelbaarheid of emotionele schommelingen
- Hoofdpijn, gespannen spieren, buikklachten
- Slecht slapen
- Concentratieproblemen
Overprikkeling ontstaat vaak geleidelijk, door een opeenstapeling van werkdruk, sociale verplichtingen, schermgebruik en te weinig herstelmomenten.
Onderprikkeling: wanneer er te weinig binnenkomt
Minder bekend, maar minstens zo belangrijk, is onderprikkeling. Hierbij krijgt het systeem juist te weinig of te eenzijdige prikkels.
Dit kan zich uiten in:
- Lusteloosheid of verveling
- Somberheid of leegte
- Weinig lichaamsgevoel
- Onrust die “van binnen” lijkt te komen
- De neiging om sterke prikkels op te zoeken
Onderprikkeling komt bijvoorbeeld voor bij langdurige stress, burn-out, depressieve klachten of wanneer iemand het contact met zijn lichaam is kwijtgeraakt.
Prikkels opzoeken: helpend of uitputtend?
Wanneer we onderprikkeld zijn, zoeken we vaak (onbewust) prikkels op: scrollen, drukte, lawaai of intensieve activiteiten. Dit kan tijdelijk activerend werken, maar het zijn vaak oppervlakkige prikkels die het zenuwstelsel niet echt ‘voeden’.
Bij overprikkeling doen we soms precies hetzelfde — om maar niet te hoeven voelen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin het lichaam steeds minder goed aangeeft wat het nodig heeft.
Ontprikkelen én doseren
Gezond omgaan met prikkels vraagt om afstemming. Dat betekent:
- Bij overprikkeling: vertragen en ontladen
- Bij onderprikkeling: activeren en verdiepen
Ontprikkelen kan bijvoorbeeld door:
- Stilte of natuur
- Bewuste ademhaling
- Lichaamsgerichte oefeningen
- Zintuiglijke rust (minder schermen, zachter licht)
Korte ontprikkeloefening (2 minuten)
Breng je handen voor je ogen en sluit met je handpalmen alle lichtkiertjes helemaal af. Kijk met je ogen open of met je ogen dicht voor je uit in de donkerte en ontdek eens wat daar te zien is. Misschien zie je wel wat marmering of kringelstructuren.
Adem rustig in door je neus en langer uit door je mond. Stel je voor dat je met elke uitademing iets loslaat.
Bij onderprikkeling helpt juist:
- Zachte beweging
- Creativiteit
- Contact en verbinding
- Zintuiglijke ervaringen die je écht voelt/
Korte activerende oefening (2 minuten)
Beweeg zacht je schouders, armen of benen. Voel de bewegingen met aandacht. Druk daarna je voeten bewust in de grond. Adem een aantal keer iets dieper in en voel je borstkas meebewegen.
De rol van psychosomatische therapie
Prikkels horen bij het leven. Ze geven kleur, beweging en verbinding. Maar wanneer het evenwicht verstoord raakt, laat het lichaam dat feilloos weten. Door stil te staan bij hoe jij prikkels ervaart en verwerkt, ontstaat er ruimte om beter voor jezelf te zorgen. Niet door harder je best te doen, maar door eerder te luisteren en te voelen wat je nodig hebt. Soms is één moment van aandacht al genoeg om weer richting balans te bewegen. Balans betekent niet dat alles altijd rustig is, maar dat je kunt schakelen tussen actie en herstel.
De vraag is niet: hoe kan ik alle prikkels vermijden?
Maar: hoe kan ik mezelf zo ondersteunen dat ik ze aankan?
